Vorige week kon minister Donner vijftien nieuwe aanvragen van werkgevers honoreren om met behulp van WW-uitkeringen hun personeel tijdelijk minder te laten werken. Daarvoor werden over een periode van ongeveer een week 31 verzoeken voor werktijdverkorting toegewezen en in de eerste twee weken van dit jaar ging het nog om bij elkaar bijna 190 nieuwe goedgekeurde aanvragen.
Sinds december 2008 tot en met vorige week zijn in totaal 398 aanvragen voor werktijdverkorting van werkgevers toegewezen. Bij deze bedrijven werken werknemers bij elkaar 458.326 uur minder in de week. Donner wil maximaal voor 760.000 arbeidsuren, ofwel 20.000 voltijdsbanen, WW-steun toekennen.
Werktijdverkorting wordt in eerste instantie voor zes weken toegekend om bedrijven te helpen de eerste schokgolf van de kredietcrisis op te vangen. Zo moet worden voorkomen dat ze personeel gaan ontslaan, terwijl ze de werknemers weer nodig hebben als de vraag aantrekt. Als de omzetdip langer dan zes weken duurt, kunnen bedrijven verlenging aanvragen. Dat hebben inmiddels circa negentig werkgevers gedaan.
Eerder werd al bekend dat Donner van deze verlengingsaanvragen ongeveer de helft heeft teruggestuurd, omdat er onvoldoende plannen over scholing in staan. De bewindsman eist dat werknemers in de periode dat ze minder werken worden bijgeschoold, zodat ze meer kans op werk hebben als zij later toch worden ontslagen.




