‘We hebben gekeken hoe we onze totale dienstverlening kunnen verduurzamen', vertelt Wietse Golbach, Lead Regions Facilities Management bij Rabobank. Dat begon met het beantwoorden van concrete vragen: welke afvalstromen zijn er, waar komen die vandaan en welke kunnen we voorkomen?
Binnen de pilot betekende zero waste het volgende: zo min mogelijk restafval creëren, meer hergebruik en recycling, en voorkomen dat er afval ontstaat. Rabobank stuurde daarbij op maximaal 15 gram restafval per persoon per dag voor kleine kantoren en 30 gram voor grotere locaties, gebaseerd op de certificeringscriteria voor zero waste van Renewi EcoSmart.
Eerst meten, dan ingrijpen
Rabobank bracht om te beginnen afvalstromen, volumes en restafval in kaart. Daarbij werd niet alleen gekeken naar afvalpunten op de verdiepingen, maar ook naar de expeditieruimte waar leveringen binnenkomen en afval het pand verlaat. ‘We hebben daar dagen gezeten. Zo kregen we zicht op wat er binnenkomt.’
Het grootste gedeelte dat we hebben kunnen stoppen, is afval dat helemaal niet meer binnenkomt.”
Daar bleek veel winst te behalen. Koffiebonen die eerst in kilozakken binnenkwamen, worden nu vervoerd in emmers. IT-middelen worden niet meer per stuk geleverd in dozen met plastic verpakkingsmateriaal, maar in rolcontainers met herbruikbare kratten. Sauzen zijn niet meer per stuk verpakt, maar zitten in emmers met een pompje.
Volgens Golbach zit aan de voorkant een groot deel van de reductie. ‘Het grootste gedeelte dat we hebben kunnen stoppen, is afval dat helemaal niet meer binnenkomt.’
Van twijfelbak naar vaste afvalstroom
Ook op de werkvloer is veel veranderd. Rabobank richtte afvalinzamelpunten opnieuw in met duidelijke kleuren, pictogrammen en panelen waarop staat wat in welke bak hoort. In ruimtes waar bronscheiding ontbrak, zoals in de keuken, voerde de bank die in. Ook de capaciteit en routing aan de achterkant van het pand werden aangepast.
Rabobank werkte met afvalcoaches en afdelingsambassadeurs. Deze ambassadeurs kregen informatie over afvalstromen en -scheiding en deelden die tijdens het afdelingsoverleg.
De twijfelbak was daarbij een handig instrument. Die was bedoeld voor afval waarvan medewerkers niet wisten in welke bak het thuishoorde. De ambassadeurs bekeken de inhoud en bespraken dat met de afdelingen.
Afval is natuurlijk niet een heel sexy onderwerp.”
Wegen, controleren en bijsturen
Al het afval werd per stroom ingezameld en gewogen. Zo ontstond inzicht in het totale afvalvolume, maar ook in de hoeveelheid restafval per persoon per dag. Speciale afvalcoaches liepen zichtbaar over de vloer. Zij beantwoordden vragen en legden uit wat er met afvalstromen gebeurt. Dat was nodig, aldus Golbach. ‘Want afval is natuurlijk niet een heel sexy onderwerp.’
Tegelijkertijd zag hij dat veel medewerkers wel wilden meewerken als ze snapten waarom het nodig was. Daarbij ging het niet alleen over CO₂-reductie, maar ook over grondstoffenschaarste en circulariteit. Voorbeelden van recycling werkten goed: theezakjes kunnen bijvoorbeeld worden verwerkt tot biogas.

We vragen contractueel een maximale inspanning van alle leveranciers om ons te helpen bij zero waste.”
Leveranciers moeten mee
De pilot raakte ook contractmanagement en inkoop. Rabobank werkte met Procurement and Vendor Management (PVM) aan afspraken met leveranciers. In contracten nam de bank een milieuparagraaf op, met een inspanningsplicht om bij te dragen aan de zero waste-ambities. Ook bij offertes nam Rabobank duurzaamheidsambities mee in de afweging om wel of niet met een partij samen te werken.
‘We vragen contractueel een maximale inspanning van alle leveranciers om ons te helpen bij zero waste’, zegt Golbach. ‘We kunnen het niet alleen. Als leveranciers met plastic verpakkingen of oververpakkingen aankomen, krijgen wij alsnog een grote afvalstroom.’
Zero waste is een soort olievlek die langzaam binnen het facilitaire landschap verspreid wordt.”
Ook voor werkzaamheden in het pand scherpte de bank afspraken aan. Leveranciers die afval produceren, moeten dat nu ook zelf duurzaam afvoeren. Eerder mochten zij hun spullen achterlaten.
Volgens Golbach werkt dat uiteindelijk verder door. Leveranciers nemen ideeën mee naar andere klanten. ‘Het is een soort olievlek die langzaam binnen het facilitaire landschap verspreid wordt’, zegt hij.
Bredere uitrol
De totale hoeveelheid afval op de pilotlocatie daalde van 58,9 ton in 2023 naar 34,4 ton in 2025. Het restafval daalde van 8,06 naar 1,35 ton. Per dag ging het restafval van 69,8 gram naar 11,4 gram. Daarmee zit de locatie ruim onder de norm die Rabobank hanteert.
De pilot in Eindhoven vormt de basis voor een bredere uitrol. Rabobank wil zero waste richting 2030 invoeren op centrale locaties, kantoorlocaties en kringhuizen. De bank neemt zero waste op in facilitaire contracten. Ook medewerkersgedrag blijft onderdeel van de aanpak, onder meer via onboarding.
Als ik het helemaal zelf had moeten doen, vraag ik me af of ik het had gered.”
Samenwerking in de keten
Het meest heeft Golbach geleerd van ‘gewoon beginnen’ en leren in de praktijk. ‘Ik was zelf eerst een beetje sceptisch, omdat het toch een complex onderwerp is. Maar uiteindelijk raakt afval iedereen.’
Wel raadt hij aan om begeleiding van experts te organiseren. ‘Als ik het helemaal zelf had moeten doen, vraag ik me af of ik het had gered.’
Zero waste vraagt volgens Golbach vooral om uitleg, herhaling en samenwerking in de keten. ‘Als je het verhaal goed vertelt en mensen meeneemt in waarom je het doet, loopt het eigenlijk hartstikke goed.’






