Grote, complexe reorganisaties. Ze zorgen voor veel stress bij personeel, en ook bij de ondernemingsraad. Want die moet vaak snel advies uitbrengen. Hoe zorg je ervoor dat je toch grip op de zaak houdt?
<P>De werkgever stelt zich op het standpunt dat de or niet ontvankelijk is in zijn verzoek omdat hij niet meer bestaat en dat het besluit niet instemmingsplichtig is omdat het een primaire arbeidsvoorwaarde is. Bovendien heeft de or ook niet om instemming gevraagd bij de instelling van het bonussysteem. <br> De kantonrechter verklaart de or wel ontvankelijk. Hij is weliswaar opgehouden te bestaan omdat de verkiezingstermijn is verstreken en het aantal werknemers onder de vijftig is gedaald. Echter, omdat hij nog wel bestond toen het verzoek bij de bedrijfscommissie werd ingediend, is de or bevoegd de zaak aan de kantonrechter voor te leggen. Bovendien hebben de werknemers een belang omdat de beëindiging van het bonussysteem hun rechtspositie raakt. Het besluit heeft volgens de rechter alleen betrekking op het intrekken van een variabele beloning die beoogde de arbeidsinzet van werknemers te vergroten. Dit valt aan te merken als een primaire arbeidsvoorwaarde. Daarom hoefde de or niet om instemming te worden gevraagd. </P> <P><B>Commentaar</B><br> Dat de or ontvankelijk is verklaard, is zonder meer juist. Het zou het belang van de medezeggenschap schaden als de procesbevoegdheid zou vervallen op het moment dat de or een procedure is gestart maar vervolgens op grond van de WOR is opgehouden te bestaan. De kantonrechter gaat terecht niet in op het verweer van de werkgever dat het besluit niet hoeft te worden voorgelegd omdat de or ook geen instemming heeft gevraagd bij de vaststelling van het bonussysteem. Dat een or in een eerder stadium geen beroep heeft gedaan op art. 27 betekent niet dat hij daarmee zijn rechten in een later stadium heeft prijsgegeven. De kantonrechter oordeelt verder dat een bonussysteem betrekking heeft op variabele beloning en daarmee aan te merken is als een vorm van primaire beloning. Vervolgens concludeert hij dat daarom geen instemming hoeft worden gevraagd. </P> <P><I>Mix van criteria</I><br>Op zich is het oordeel dat de or niet over primaire beloning gaat juist. Dat is voorbehouden aan de vakbonden of de individuele werknemer. Uit de rechtspraak volgt echter wel dat een bonusregeling in de regel valt aan te merken als een vorm van een beloningssysteem en dat een besluit tot wijziging dus moet worden voorgelegd aan de or. Echter, ook uit deze uitspraak volgt impliciet dat alleen als de systematiek wijzigt het besluit tot wijziging moet worden voorgelegd. Nu het hier om een algehele beëindiging gaat en de regeling ziet op primaire beloning, heeft de or volgens de kantonrechter geen instemmingsrecht. <br> Het lijkt er steeds meer op dat de or slechts instemming heeft bij besluiten tot wijziging van de mix van criteria in bonusregelingen en nooit bij vaststelling of beëindiging daarvan. Het is de vraag of dit de bedoeling is van de wetgever.</P> <P>Kantonrechter Amsterdam, 27 april 2010</P> <P>Inge Hofstee, advocaat bij Höcker Advocaten te Amsterdam</P> <P>Meer interessante en relevante jurisprudentie vindje in <A href="http://www.kluwershop.nl/or/details.asp?pr=8569">Rechtspraak voor Medezeggenschap.</A> </P>
Krijg direct antwoord op jouw medezeggenschapsvragen met de ORnet chat. Speciaal ontwikkeld voor OR-leden en medezeggenschaps-professionals en gebaseerd op actuele, juridisch gecontroleerde content van ORnet.nl en de boeken Praktijkgids Ondernemingsraden, WOR Tekst & Commentaar en OR Jaarboek.